Vind de beste antwoorden en inzichten.
Hoe ziet een rapportage van een lesobservatie eruit?
Lesobservatie - Kijkwijzer - Lesbezoek - Flitsbezoek

Legenda
Op de eerste bladzijde staat een legenda met gegevens wie de initiatiefnemers is geweest, over wie de rapportage het gaat, wie de formulieren hebben ingevuld en de datum waarop het formulier is afgerond.




Grafiek
In de grafiek zie je de gemiddelde score per onderdeel (horizontale balkjes). De verschillende kleuren balkjes representeren de gebruikers(groepen) die het formulier hebben ingevuld. In het voorbeeld zijn dat een teamleider en een leraar.



De grafiek geeft een globaal beeld hoe er is gescoord door de verschillende observanten. In de formulieren waar gescoord wordt op vaardigheden wordt veel gewerkt met een Likertschaal (van 1 = laag tot 5 = hoog). Soms is er gekozen voor een vier-puntschaal. 

De normscore is in de vijf-puntschaal gezet op 3.5. Uit de grafiek kun je lezen of je de scores daaraan voldoen (onder, op of boven de norm). Bedenk wel: je hoeft niet op alle vaardigheden boven de normscore te zitten.  Het is belangrijk je steeds te realiseren: heeft dit onderdeel focus gehad in mijn werk en in mijn school, had dat gemoeten en welke conclusies kan ik vervolgens daaruit trekken?

Tabel 1: vaardigheden met een lage score en een hoge score
In de tabel op de volgende bladzijde staat een kolom met vaardigheden met de laagste scores en een kolom met de hoogste scores van de respondenten.  Jouw scores zijn hierin niet verwerkt.




Wanneer je bij een competentie zowel vaardigheden met lage scores als hoge scores hebt staan (horizontaal), dan is het interessant te onderzoeken of er een verband is. Bijvoorbeeld: vaardigheden die je heel goed beheerst (waar je een hoge score hebt) kunnen vaardigheden met een lage score compenseren. Je kunt dan beslissen of je aan de vaardigheden met een lage scores juist iets wilt gaan doen omdat ze bijvoorbeeld een blinde vlek voor je zijn geweest. Of dat je het niet nodig vindt omdat bij dezelfde competentie er vaardigheden met een hoge score tegenover staan die voldoende tegenwicht bieden. Je hoeft immers niet in alles te excelleren.

Tabel 2: overzicht van je eigen scores en die van andere observanten
In de tabel op de volgende bladzijde staan de vragen met de scores die jij jezelf en andere respondenten hebben gegeven. Hierin kun je vlot terugzien welke vaardigheden ervoor gezorgd hebben dat een onderdeel op de normscore zit, erboven of juist eronder. 




In de kolommen staan ter hoogte van de competenties rode en groene cijfers bij de scores van de respondenten. Groen betekent dat de gemiddelde score op de vaardigheden in dat onderdeel gelijk of hoger is dan de normscore. Rood betekent lager dan de normscore.

Wanneer er een streepje onder zit dan betekent dat de score significant is (meestal een afwijking die groter is dan 0.5). Significant betekent altijd dat er aanleiding is om naar deze scores goed te kijken en (misschien met anderen) en te interpreteren wat dit betekent en wat je ermee wilt gaan doen.

In de laatste kolom (rechts) staan soms getallen die aangeven hoeveel respondenten op deze vraag "Geen mening, niet waargenomen" hebben gescoord.

Opmerkingen van de observanten
Op de laatste pagina is een overzicht weergegeven met de opmerkingen die de respondenten hebben geplaats bij hun scores bij de vaardigheden. Ook staan hier de antwoorden die respondenten hebben gegeven op de open vragen en/of vragen waar gekozen kon worden uit een of meer opties.